omsluiten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·slui·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omsluiten |
omsloot |
omsloten |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
omsluiten
- (overgankelijk) aan alle kanten insluiten.