omsingelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·sin·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van singel met het voorvoegsel om- en met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omsingelen
omsingelde
omsingeld
zwak -d volledig

Werkwoord

omsingelen

  1. (overgankelijk) aan alle kanten omsluiten
    De Duitsers trachtten bij Koersk het Rode Leger te omsingelen.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl