omsingelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·sin·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omsingelen |
omsingelde |
omsingeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
omsingelen
- (overgankelijk) aan alle kanten omsluiten
- De Duitsers trachtten bij Koersk het Rode Leger te omsingelen.
Vertalingen
1. aan alle kanten omsluiten