ommuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·mu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van muur met het voorvoegsel om- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ommuren
ommuurde
ommuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

ommuren

  1. (overgankelijk) omsluiten met een stenen muur
    Na de verlening van stadsrechten mocht een stad ommuurd worden.
Vertalingen