ommuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·mu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ommuren |
ommuurde |
ommuurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ommuren
- (overgankelijk) omsluiten met een stenen muur
- Na de verlening van stadsrechten mocht een stad ommuurd worden.