omleiding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·lei·ding
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | omleiding | omleidingen |
| verkleinwoord | omleidinkje | omleidinkjes |
Zelfstandig naamwoord
omleiding v
- een aangegeven andere route
- De afrit was afgesloten, dus moesten we de omleiding volgen.