omkoperij
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·ko·pe·rij
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van omkopen met het achtervoegsel -erij
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | omkoperij | omkoperijen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
omkoperij v
- met geld iemand die een ambt bekleedt ertoe bewegen iets te doen dat niet oorbaar is
- Allerlei soorten omkoperijen tieren welig in dat land en dat is economisch goed te merken.