omkoperij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ko·pe·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omkoperij omkoperijen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

omkoperij v

  1. met geld iemand die een ambt bekleedt ertoe bewegen iets te doen dat niet oorbaar is
    Allerlei soorten omkoperijen tieren welig in dat land en dat is economisch goed te merken.
Vertalingen