omheen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·heen
Voorzetsel
(scheidbaar)
omheen
- om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten
- De bomen staan om de kerk heen.
- Vervolgens loop je om een groot beeld heen.
Vertalingen
1. om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten
|
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | omheen | |
| persoonlijk | eromheen | |
| aanwijz. | nabij | hieromheen |
| veraf | daaromheen | |
| vragend/betrekk. | waaromheen | |
Bijwoord
(scheidbaar)
omheen prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten.
- Hier stonden bomen omheen.
- Er liepen mensen om de kerk heen.
Uitdrukkingen en gezegden
- omheen lopen