omgeving
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·ge·ving
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | omgeving | omgevingen |
| verkleinwoord | omgevinkje | omgevinkjes |
Zelfstandig naamwoord
omgeving v
- de nabijheid.
- Wij bevinden ons in de omgeving van Amstelveen.
- een personenkring waarin iemand zich bevindt.
- Ik bevind me in een vertrouwde omgeving.