omgeving

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ge·ving
enkelvoud meervoud
naamwoord omgeving omgevingen
verkleinwoord omgevinkje omgevinkjes

Zelfstandig naamwoord

omgeving v

  1. de nabijheid.
    Wij bevinden ons in de omgeving van Amstelveen.
  2. een personenkring waarin iemand zich bevindt.
    Ik bevind me in een vertrouwde omgeving.
Persoonlijke instellingen