omgeven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- om·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omgeven |
omgaf |
omgeven |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
omgéven
- (overgankelijk) zich eromheen bevinden, zich bevinden rondom
- Het huis is geheel omgeven door prachtige bossen.
- voorzien van iets dat omgeeft (met, door)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omgeven |
gaf om |
omgegeven |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
ómgeven
Vertalingen
1. zich eromheen bevinden