olijfboom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- olijf·boom
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | olijfboom | olijfbomen |
| verkleinwoord | olijfboompje | olijfboompjes |
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
olijfboom m
- een boom waaraan olijven groeien
- Wij hebben een olijfboom in de achtertuin staan.