okkum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Faeröers

Uitspraak
  • IPA: /ˈɔʰk.kun/
enkelvoud meervoud
nominatief eg vit
accusatief meg okkum
genitief mín okkara
datief mær okkum

Persoonlijk voornaamwoord

okkum

  1. ons (accusatief van de eerste persoon meervoud)
  2. (aan/voor) ons (datief van de eerste persoon meervoud)