ob

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ob

Voegwoord

ob

  1. of
    «Er wollte wissen, ob wir einen Hund besitzen.»
    Hij wou weten of we een hond hebben.


Latijn

Voorzetsel

ŏb + accusatief

  1. wegens
  2. voor