nutteloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nut·te·loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nutteloos nuttelozer nutteloost
verbogen nutteloze nuttelozere nuttelooste

Bijvoeglijk naamwoord

nutteloos

  1. zonder voordeel, zonder nut
    Ik moest van de meester een nutteloze opdracht doen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen