notoir
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- no·toir
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | notoir | notoirder | notoirst |
| verbogen | notoire | notoirdere | notoirste |
Bijvoeglijk naamwoord
notoir
- berucht.
- Luister niet naar hem, hij is een notoire leugenaar!
- algemeen bekend
- Dat is toch wel een notoir feitje.