noordoostelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- noord·oos·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van noordoosten met het achtervoegsel -lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | noordoostelijk | noordoostelijker | noordoostelijkst |
| verbogen | noordoostelijke | noordoostelijkere | noordoostelijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
noordoostelijk
- op het noordoosten betrekking hebbend