noodklok
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nood·klok
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noodklok | noodklokken |
| verkleinwoord | noodklokje | noodklokjes |
Zelfstandig naamwoord
- een alarmklok
- De noodklok werd direct geluid.
Opmerkingen
- Wordt vaker in figuurlijke dan in letterlijke zin gebezigd.
Uitdrukkingen en gezegden
|