noodklok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·klok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodklok noodklokken
verkleinwoord noodklokje noodklokjes

Zelfstandig naamwoord

noodklok v/m

  1. een alarmklok
    De noodklok werd direct geluid.
Opmerkingen
  • Wordt vaker in figuurlijke dan in letterlijke zin gebezigd.
Uitdrukkingen en gezegden
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen