nomen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Lettergrepen
  • no·men
enkelvoud meervoud
naamwoord nomen nomina
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nomen o

  1. zelfstandig naamwoord


Deens

Zelfstandig naamwoord

nomen o

  1. naamwoord


Latijn

Zelfstandig naamwoord

nōmen o

  1. naam, benaming
    «Nōmen patris meī nesciō.»
    Ik weet de naam van mijn vader niet.
    «Nōmen est ōmen.»
    De naam is een voorteken.

Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief nōmen nōmina
genitief nōminis nōminum
datief nōminī nōminibus
accusatief nōmen nōmina
vocatief nōmen nōmina
ablatief nōmine nōminibus
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen