nijdig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nij·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van nijd met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nijdig nijdiger nijdigst
verbogen nijdige nijdigere nijdigste

Bijvoeglijk naamwoord

nijdig

  1. kwaad, woedend
    De nijdige man sloeg het kind.