nijd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nijd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nijd | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
nijd
- grondige afkeer van iemand en het misgunnen van zijn bezit
- Er heerstte alleen maar haat en nijd.