neutraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neu·traal
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Latijnse 'neuter' (onzijdig) met het achtervoegsel -aal [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen neutraal neutraler neutraalst
verbogen neutrale neutralere neutraalste

Bijvoeglijk naamwoord

neutraal

  1. geen partij kiezend in een conflict, afzijdig, onpartijdig
    De neutrale landen boden aan te bemiddelen in het geschil.
  2. (scheikunde) noch een positieve noch een negatieve lading dragend
    Het anion en het kation verbinden zich tot een neutraal complex.
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl