nestel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- nes·tel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nestel | nestels |
| verkleinwoord | nesteltje | nesteltjes |
Zelfstandig naamwoord
nestel m
- (kleding) een metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaat
- Je moet het nesteltje niet van de veter halen, want dan krijg je een kwast.
Synoniemen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| nestelen |
nestel