neppe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nep·pe
enkelvoud meervoud
naamwoord neppe -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

neppe v/m

  1. (verouderd) kattenkruid [1]
    Daar groeit neppe.
Verwijzingen
  1. Nederduitsch letterkundig woordenboek By Petrus Weiland, Pieter Weiland Published by Ter drukkerij van J.P. van Dieren en comp., 1843 Item notes: Vol. 1 Original from Ghent University Digitized Jun 10, 2008

Bijvoeglijk naamwoord

neppe

  1. verbogen vorm van de stellende trap van nep


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • nep·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijwoord: Afkomstig van de Oudnoorse woorden hneppr en neppr.
Naar frequentie 1734

Bijwoord

neppe

  1. nauwelijks, vrijwel
    «Det blir neppe nok penger til å bygge en nye kirke i Våler etter brannen.»
    Er is nauwelijks genoeg geld voor het bouwen van een nieuwe kerk in Våler na de brand.
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • nep·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijwoord: Afkomstig van de Oudnoorse woorden hneppr en neppr.
  • Werkwoord: Afkomstig van het Oudnoorse woord hneppa.

Bijwoord

neppe

  1. nauwelijks, vrijwel
Synoniemen
vervoeging
onbepaalde wijs neppe
neppa
tegenwoordige tijd nepper
verleden tijd nepte
voltooid
deelwoord
nept
onvoltooid
deelwoord
neppande
lijdende vorm neppast
gebiedende wijs nepp
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

neppe

  1. samenvouwen, vouwen
  2. omdoen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: neppe hendene
je handen vouwen
  • [2]: neppe kleda om seg
kleding aandoen