nep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nep
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | nep |
| verbogen | neppe |
Bijvoeglijk naamwoord
nep
- onecht, vals
- Wat heb je aan zo'n neppe vriend.
- Die diamant is nep.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nep | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
nep m
- bedrog, onechtheid
- De nep daarvan is toch overduidelijk!
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| neppen |
nep
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neppen
- Ik nep.
- gebiedende wijs van neppen
- Nep!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neppen
- Nep je?
Bretons
Bijvoeglijk naamwoord
nep