negatief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ne·ga·tief
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | negatief | negatiever | meest negatief |
| verbogen | negatieve | negatievere | meest negatieve |
Bijvoeglijk naamwoord
negatief
- ontkennend, afwijzend
- Het antwoord was negatief.
- als slecht beschouwend, ongunstig
- Een negatief imago.
- (medisch) afwezig
- Het resultaat van deze test was negatief op de aanwezigheid van het HIV-virus.
- (wiskunde) kleiner dan nul
- Een negatief getal.
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. ontkennend, afwijzend
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | negatief | negatieven |
| verkleinwoord | negatiefje | negatiefjes |
Zelfstandig naamwoord
negatief o
- (fotografie) een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde plaat of film met een lichtgevoelige laag, waarop de lichtwaarden omgekeerd zijn t.o.v. de werkelijkheid
- Het negatief van een foto.
Vertalingen
1. een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde plaat of film met een lichtgevoelige laag, waarop de lichtwaarden omgekeerd zijn t.o.v. de werkelijkheid
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.