nazi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·zi
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Duitse Nazi.
enkelvoud meervoud
naamwoord nazi nazi's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nazi v/m

  1. (politiek) oorspronkelijk: een aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) een politieke partij in het Duitsland van de jaren 1920 tot 1945
    De nazi's scandeerden 'Heil Hitler' tijdens de massavergadering waar Adolf Hitler het woord voerde.
  2. (politiek) een aanhanger van het nazisme of een soortgelijke fascistische, racistische of anti-semitische ideologie
    Tegenstanders zeggen dat hij een onvervalste racist en zelfs nazi is.
Vertalingen

Meer informatie


Xhosa

Enkelvoud Meervoud
Klasse Dichtbij Verder Verst Klasse Dichtbij Verder Verst
1 nanku nanko nankuya 2 naba nabo nabaya
3 nangu nango nanguya 4 nantsi nantso nantsiya
5 nali nalo naliya 6 nanga nango nangaya
7 nasi naso nasiya 8 nazi nazo naziya
9 nantsi nantso nantsiya 10 nanzi nanzo nanziya
11 nalu nalo naluya
14 nabu nabo nabuya  
15 nanku nanko nankuya

Aanwijzend voornaamwoord

nazi 8

  1. dit hier zijn ... verwijzend naar een woord van klasse 8
    «Nazi izikolo zethu.»
    Dit zijn onze scholen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen