nationaliteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ti·o·na·li·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nationaliteit nationaliteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nationaliteit v

  1. (juridisch) Het bezit van het staatsburgerschap van een land of meer landen, officiële registratie in een staat;
  2. (politiek) Het op grond van herkomst of afstamming behoren tot een bepaald etniciteit en (indien aanwezig) de natie; nationaliteit staat in deze definitie los van het staatsburgerschap
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen