namen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /namə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /namə(n)/
Woordafbreking
- na·men
Zelfstandig naamwoord
namen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord naam
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| nemen |
namen
- meervoud verleden tijd van nemen
- Wij namen.
- Jullie namen.
- Zij namen.
- Wij namen.