najagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ja·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van jagen met het voorvoegsel na-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
najagen
joeg na
jaagde na
nagejaagd
klasse 6 volledig

Werkwoord

najagen

  1. achter iets aanzitten
    Hij joeg vermaardheid en rijkdom na.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen