nachtmerrie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nacht·mer·rie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nachtmerrie | nachtmerries |
| verkleinwoord | nachtmerrietje | nachtmerrietjes |
Zelfstandig naamwoord
nachtmerrie
- een zeer angstige droom
- Hij heeft zowat iedere avond een nachtmerrie.
- een schrikbeeld
- Dat zou echt een nachtmerrie zijn...
Vertalingen
1. een zeer angstige droom