naakten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naak·ten

Zelfstandig naamwoord

naakten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord naakt

Werkwoord

vervoeging van
naken

naakten

  1. meervoud verleden tijd van naken
    Wij naakten.
    Jullie naakten.
    Zij naakten.