naakte
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- naak·te
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| naken |
naakte
- enkelvoud verleden tijd van naken
- Ik naakte.
- Jij naakte.
- Hij, zij, het naakte.
- Ik naakte.
Bijvoeglijk naamwoord
naakte
- verbogen vorm van de stellende trap van naakt