naaister

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naai·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord naaister naaisters
verkleinwoord naaistertje naaistertjes

Zelfstandig naamwoord

naaister v

  1. een vrouw die naaiwerk verricht
    De naaister naaide al onze kapotte broeken.
Synoniemen
  • coupeuse
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen