naaien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- naai·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| naaien |
naaide |
genaaid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
naaien
- (overgankelijk) naaldwerk verrichten
- Zij naaide een nieuwe jurk voor zichzelf.
- (inergatief) (informeel) geslachtsgemeenschap hebben
- Zij lagen in die kamer te naaien.
- (overgankelijk) (informeel) iemand een verraderlijke streek leveren
- Hij werd genaaid door zijn eigen collega.
Synoniemen
Vertalingen
1. naaldwerk verrichten
2. geslachtsgemeenschap hebben