naaide
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- naai·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| naaien |
naaide
- enkelvoud verleden tijd van naaien
- Ik naaide.
- Jij naaide.
- Hij, zij, het naaide.
- Ik naaide.
| vervoeging van |
|---|
| naaien |
naaide