muzikant

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·zi·kant
enkelvoud meervoud
naamwoord muzikant muzikanten
verkleinwoord muzikantje muzikantjes

Zelfstandig naamwoord

muzikant m

  1. (beroep) iemand die muziek maakt.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen