motiveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·ti·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| motiveren |
motiveerde |
gemotiveerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
motiveren (overgankelijk)
- van argumenten voorzien
- enthousiast maken