motief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motief motieven
verkleinwoord motiefje motiefjes

Zelfstandig naamwoord

motief o

  1. de reden om iets te doen
    De jongen had geen motief voor de moord.
  2. een zich herhalend patroon (ook (muziek))
    De blouse had een beetje een vreemd motief.
  3. onderwerp dat in een verhaal etc. wordt uitgediept, leidmotief
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie