moslim
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mos·lim
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Arabische moeslim (iemand die zich overgeeft).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | moslim | moslims |
| verkleinwoord | moslimmetje | moslimmetjes |
Zelfstandig naamwoord
moslim m
- een geloofsaanhanger van de islam
- Moslims gaan vaak naar een moskee.
Synoniemen
Vertalingen
1. een geloofsaanhanger van de islam
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.