moratorium
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: moratorium (hulp, bestand)
Woordafbreking
- mo·ra·to·ri·um
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | moratorium | moratoriums, moratoria |
| verkleinwoord | moratoriumpje | moratoriumpjes |
Zelfstandig naamwoord
moratorium o
- een uitstel van betaling
- (overdrachtelijk) het 'bevriezen' van de huidige situatie
Vertalingen
1. een uitstel van betaling
Engels
Zelfstandig naamwoord
moratorium