mopperen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mop·pe·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| mopperen |
mopperde |
gemopperd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
mopperen
- (inergatief) onvrede uiten
- Er werd erg gemopperd over de slechte examenresultaten.