montre

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Une montre-bracelet
Une montre de poche
Tuyaux de montre

Inhoud

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  montre     la montre     montres     les montres  

Zelfstandig naamwoord

montre v

  1. (tijdrekening) horloge, polshorloge, zakhorloge
  2. (handel) etalage, marktkraam, vitrine
  3. (verouderd) parade, show, tentoonstelling
  4. (muziekinstrument) het hoofdregister van een orgel, waarvan de open orgelpijpen op fraaie wijze frontaal zijn gerangschikt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: à ma montre
op mijn horloge is het/ ik heb het
  • [1]: montre en main
de juiste tijd
  • [1]: course contre la montre
race tegen de klok, tijdrit
  • [3]: pour la montre
voor de show
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen