monteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mon·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| monteren |
monteerde |
gemonteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
monteren (overgankelijk)
- de juiste beelden achter elkaar zetten
- Ze waren bezig om de film te monteren.
- ergens aan vastmaken
- Je moet eerst het groene plaatje monteren.
- uit losse (onder)delen in elkaar zetten
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen
1. de juiste beelden achter elkaar zetten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.