mongool

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mon·gool
enkelvoud meervoud
naamwoord mongool mongolen
verkleinwoord mongooltje mongooltjes

Zelfstandig naamwoord

mongool m

  1. (demoniem) Mongool, lid van een etnische groep (Mongolen) ontstaan in een gebied dat tegenwoordig Mongolië en delen van Rusland en China omvat en dat in het tweede millennium vanuit Midden-Azië vele rijken veroverde
  2. Mongoliër
  3. (medisch) iemand met het syndroom van Down (downsyndroom)
  4. (scheldwoord)
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie