mogendheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·gend·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het onvoltooid deelwoord van mogen met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord mogendheid mogendheden
verkleinwoord mogendheidje mogendheidjes

Zelfstandig naamwoord

mogendheid v

  1. (politiek) een staat die een dominante positie inneemt
    Nederland was ooit een vrij belangrijke mogendheid, vanwege zijn koloniale rijk.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen