mogendheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·gend·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mogendheid | mogendheden |
| verkleinwoord | mogendheidje | mogendheidjes |
Zelfstandig naamwoord
mogendheid v
- (politiek) een staat die een dominante positie inneemt
- Nederland was ooit een vrij belangrijke mogendheid, vanwege zijn koloniale rijk.