modicum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
modicum modica

Zelfstandig naamwoord

modicum

  1. minimaal benodigde hoeveelheid, beetje
    «He showed a modicum of proficiency.»
    Hij vertoonde wel wat vaardigheid, maar niet meer dan dat.