modem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·dem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | modem | modems |
| verkleinwoord | modempje | modempjes |
Zelfstandig naamwoord
- (elektronica), (communicatie) in- of extern apparaat dat digitale signalen omzet in analoge (moduleert) en vice versa bij ontvangst reconstrueert (demoduleert), zodat computers over telefoonlijnen met elkaar kunnen communiceren
Hyponiemen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.