mochten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈmɔχtə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈmɔxtə(n)/
Woordafbreking
- moch·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| mogen |
mochten
- meervoud verleden tijd van mogen
- Wij mochten.
- Jullie mochten.
- Zij mochten.
- Wij mochten.
| vervoeging van |
|---|
| mogen |
mochten