misnoegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mis·noe·gen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | misnoegen | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
misnoegen o
- een gevoel van onvrede en onbehagen, gewoonlijk veroorzaakt door iemands optreden
- Zijn opmerking lokte het misnoegen van zijn baas uit.
Vertalingen
1. een gevoel van onvrede en onbehagen, gewoonlijk veroorzaakt door iemands optreden
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| misnoegen |
misnoegde |
misnoegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
misnoegen
- (overgankelijk) een gevoel van onvrede en onbehagen bij iemand veroorzaken
- Zijn opmerking misnoegde zijn baas vreselijk.