minachting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: minachting (hulp, bestand)
- IPA: /ˈmɪnɑxtɪŋ/
Woordafbreking
- min·ach·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van minachten.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | minachting | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
minachting v
- het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over
- Hij liet zijn minachting maar al te duidelijk blijken.
Antoniemen
Vertalingen
1. het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over