mime

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • mi·me

Werkwoord

vervoeging van
mimen

mime

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mimen
    Ik mime.
  2. gebiedende wijs van mimen
    Mime!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mimen
    Mime je?
  4. aanvoegende wijs van mimen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen