mest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mest

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord mest
verkleinwoord

mest m

  1. uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
mesten

mest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van mesten
  2. gebiedende wijs van mesten


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mest
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord mestr.

Bijvoeglijk naamwoord

mest m, v, o, mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van mye
  2. meest
    «Hvem fikk mest fisk?»
    Wie kreeg de meeste vis?
Verbuiging
Opmerkingen
  1. In het Noors wordt mest meestal gebruikt om de overtreffende trap te formen.
    «Hun er mest selvstendig av søsknene.»
    Ze is de meest onafhankelijke van hun broers en zussen.
stellend vergrotend overtreffend
mye mer mest

Bijwoord

mest

  1. overtreffende trap van mye
  2. meestal
    «Jeg spiller mest basstuba.»
    Ik speel meestal bastuba.
Typische woordcombinaties
  • [1]: mest mulig
zoveel mogelijk


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mest
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord mestr.

Bijvoeglijk naamwoord

mest m, v, o, mv

  1. onbepaalde vorm van de overtreffende trap van mye

Bijvoeglijk naamwoord

mest m, v, o, mv

  1. onbepaalde vorm van de overtreffende trap van mykje
  2. meest
    «Hvem fikk mest fisk?»
    Wie kreeg de meeste vis?
Verbuiging
Opmerkingen
  1. In het Nynorsk wordt mest meestal gebruikt om de overtreffende trap te formen.
    «Eg tener mest pengar.»
    Ik verdien het meeste geld.
stellend vergrotend overtreffend
mye meir mest

Bijwoord

mest

  1. overtreffende trap van mye

Bijwoord

mest

  1. overtreffende trap van mykje
  2. meestal
    «Eg speler mest basstuba.»
    Ik speel meestal bastuba.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen